Brasserie UP in de lift

Willem Govers: “Ik wil in 2019 met de aanbesteding meedoen als zelfstandig Wmo aanbieder”

Begin 2018 zat Willem Govers met zijn handen in het haar om het verdienmodel van Brasserie Up rond te krijgen. Met zijn brasserie die dagbesteding, werk en opleiding voor ex-verslaafden combineert, paste hij in geen enkel hokje. Daardoor kreeg hij lange tijd geen steun van de gemeente. Nu, driekwart jaar later, heeft Willem een tweede vestiging in Zoetermeer geopend, werkt hij samen met de gemeente voor de stimuleringsopdracht Wmo en is Up bezig zelf Wmo aanbieder te worden.

Willem Govers

“Willem Govers zit er ontspannen bij en praat als altijd enthousiast en gedreven over zijn Up. “Ik heb nu pas een beetje zicht gekregen op hoe dat hele Wmo gebeuren in elkaar zit. Het is een bos met heel veel bomen en evenveel uitzonderingen. De gemeentes doen het ook nog niet zo lang, die zijn het zelf ook nog aan het uitzoeken. En er zijn veel spelers op de markt die er allemaal geld aan willen verdienen.”

Blauwdruk
“Ik zit nu in een pilotgroep ‘Arbeidsmatige dagbesteding met opleiding’, in het kader van de stimuleringsopdracht WMO voor sociaal ondernemers. Daar ben ik super blij mee. Samen met twee andere partners, Pret in Herstel en Schroeder van der Kolk, gaan we een jaar lang monitoren en onderzoeken wat er nodig is en welke resultaten we kunnen behalen met onze leerlingen. Hiermee kunnen we hopelijk een blauwdruk maken, met richtlijnen waaraan een sociaal ondernemer moet voldoen om een Wmo indicatie aan te kunnen vragen. Daarmee zou dan de gemeente het kaf van het koren kunnen scheiden, wat natuurlijk een hele lastige taak is.”

Stadsboerderij de Weidemolen, de nieuwe vestiging van Up in Zoetermeer

Uitbreiding
“In Zoetermeer is afgelopen maart onze tweede vestiging geopend: een prachtige stadsboerderij. Echt mooi en helemaal duurzaam, met zonnepanelen en een professionele keuken met alles erop en eraan. Ik huur het horeca-gedeelte. Dat is vrij groot, zo’n 80 stoelen binnen en 40 buiten.
Daar hebben we weer een andere constructie dan in Den Haag. Naast het traject opleiding gaan we ook dagbesteding buiten verzorgen: de dieren op de boerderij verzorgen en de stallen en weides onderhouden, heel leuk. Daarmee breiden we zowel ons werk als onze doelgroep uit. Er kunnen wel ex-verslaafden meedoen, maar ook mensen met een licht verstandelijke beperking, mensen met een ggz-achtergrond of met een burnout zijn welkom.”

Zelfstandig Wmo aanbieder worden
“Met de gemeente Zoetermeer ben ik nu bezig om het mogelijk te maken dat ik zelf Wmo budget kan gaan aanvragen. Tot nu toe was ik steeds onderaannemer, en daarmee afhankelijk van grotere zorgpartijen die mij inhuurden voor hun cliënten. Ik ben nu hard aan het werk om het mogelijk te maken dat ik me voor de aanbesteding van 2019 als zelfstandige zorgpartij kan inschrijven. Daar moet veel voor gebeuren. Ik moet een klachtenregeling hebben, me aansluiten bij de geschillencommissie, mijn kwaliteitseisen en bedrijfsprocessen moeten allemaal opgeschreven en goedgekeurd worden. Daar gaat een hoop tijd en geld in zitten. Ik kan daar als kleine speler geen bureau opzetten, dus ik moet dat grotendeels zelf doen. En het moet ook voor elke gemeente apart geregeld worden. Maurice van Pret in herstel helpt mij daarbij, dat is heel fijn.
Zodra ik zelfstandig Wmo-aanbieder ben, kan ik ook veel directer gaan werven. Bijvoorbeeld via klanten, Wmo-consulenten en klinieken.”

Wat ging er goed? Heb je tips voor de bewonersinitiatieven van Haagse Zorgkracht?

Brasserie Up aan de Javastraat 69a

Breid je netwerk uit en blijf zoeken naar de goede ingang
“Ik heb gemerkt dat je netwerk zó belangrijk is. Het maakt niet uit wie je bent, maar wie je ként. Maak contact met andere spelers. Er zijn er vele sociaal ondernemers die bereid zijn hun kennis te delen. Zoek naar een contactpersoon bij de gemeente die wél ergens voor open staat. Je moet toch ergens binnenkomen. Daar heb je een kruiwagentje voor nodig. Hoe hoger je op die ladder binnenkomt, hoe beter het is. Ik heb veel geluk gehad. Ten eerste met de twee dames van de gemeente Den Haag. Zij geloofden in mijn project en waren een rots in de branding. Zij hebben gezocht en gekeken tot ze oplossingen zagen.
Dus ik zou zeggen: blijf zoeken naar de goede ingang . Tegenwoordig staat het sociaal ondernemerschap best hoog op de agenda. Als je een goed plan hebt, moet het lukken. Ik heb vaak mijn neus gestoten. De clou is dat je dóórzoekt. En als je een kans ziet, ga er voor.”

Sta voor 200% achter je werk
“En ook belangrijk: je moet zelf voor 200% achter je werk staan. Ik was natuurlijk een Don Quichot die als een blind paard door de porseleinkast van de gemeente is gegaan. Ik belde en stond steeds ergens anders op de stoep om te kijken hoe Up kon worden bekostigd. Ik weigerde te accepteren dat deze doelgroep in de bak van ‘verrot maar’ zou blijven zitten. Ik weet wat het is, want ik ben zelf ook uit die ellende gekomen. Dat is natuurlijk mijn sterke punt. 99% van onze cliënten heeft een trauma. Je zal maar misbruikt zijn, jaar in jaar uit, door je oom, vader of moeder. Dan is drugs of drank heerlijk om even je gedachten op nul te zetten. Ik weet ook wat ik kan. En er zijn veel mensen die heel veel kunnen. Bijvoorbeeld onze bedrijfsleider, die hartstikke verslaafd was, maar nu hier de hele toko runt. Voor die parels wil ik door het vuur gaan. Iedereen moet een kans hebben.”

Zorg dat je je financiële zaken op orde hebt
“Ik ben natuurlijk zelf niet slim geweest. Ik ben gewoon begonnen en dacht: ik zie wel waar ik eindig.  Maar wat ik iedereen wel kan aanraden is: zorg dat je eerst je zaakjes op orde hebt. Want ik ben zelf drie keer bijna financieel omgevallen. En ik heb in Zoetermeer wéér de fout gemaakt om te snel te starten. We hadden een pilot van een jaar gedaan en ik zat al vijf maanden te wachten op een contract. De wethouder stond er achter. Maar ja, de wethouder gaat na een paar jaar weg en dan kun je weer overnieuw beginnen…
Dus zorg dat je je handtekeningen binnen hebt. Want als je met Wmo geld of met pgb’s werkt, zijn overal wetten en regels aan verbonden. Zorg dat je dat allemaal op orde hebt en dat je zakelijke kant is afgedekt voordat je gaat starten. Als je het achteraf gaat doen, blijf je achter de feiten aanlopen.”

Zorg voor een duurzaam verdienmodel
“Zorg dat je geldstromen vindt met continuïteit. Want met een eenmalige subsidie van Fonds 1818 red je het niet, het gaat zó hard de deur weer uit. Je verdienmodel moet duurzaam zijn en staan als een huis, anders riskeer je slapeloze nachten.”

 

Wijkzorgwinkel Rivierenbuurt: “Voor iedereen even goedkoop: voor niks”

“Buurtbewoners kunnen hier kinderspullen en -kleding komen halen. Gratis. Spullen die inmiddels te klein zijn kunnen weer ingeleverd worden. We accepteren kleding waar we ook onze eigen kinderen in zouden laten lopen. Dus lekker modern, schoon, heel en niet verwassen. Daar kunnen we weer andere mensen blij mee maken. We hebben ook bedjes, badjes, lakens, boeken en spelletjes.”
An Verwaal is initiatiefneemster van de wijkzorgwinkel.  “Pas hebben we een Syrisch vluchtelingengezin geholpen. Zij was zwanger van de vierde en ze hadden niks. Dus het werd bedje, badje, kinderwagen en alle andere toestanden. Dat heb ik weggebracht. Zij waren heel blij. Maar normaal komen de mensen het halen, want je kan niet alles doen. We doen dit helemaal met onze vrijwilligers Astrid, Ilse, Pamela en Shirley.”

“We helpen alle soorten mensen, ook mensen die hier illegaal zijn of andere problemen hebben. Wij kijken niet naar inkomen en vragen aan niemand inkomensgegevens. Sommige mensen werken, maar houden per saldo minder over dan een uitkering, omdat ze geen toeslagen krijgen. Het is hier voor iedereen even goedkoop: voor niks.
Twee ochtenden per week heeft een verpleegkundige hier spreekuur: op maandag en woensdag van 10 tot 11 uur. Daar wordt veel gebruik van gemaakt. Geregeld zijn er mensen met vragen over hun verzekering, ooievaarspas, een schuld of andere dingen. Die helpen zij met het papierwerk.
Van apotheek de Volharding krijgen we veel materialen, waaronder incontinentiemateriaal en kraampakketten . Met die dingen kunnen wij veel mensen blij maken.”

Wijkzorgwinkel Rivierenbuurt

“Ik zet graag dingen op. Ik heb een groot netwerk en kan met iedereen eigenlijk heel goed opschieten. Als voorzitter van de bewonerscommissie Maasstraat en omgeving was ik bij de nieuwbouw betrokken geweest. Ik vroeg aan de manager van HaagWonen of we deze pandjes  mochten gebruiken. Ze  stonden leeg, want er moest iets met zorg in komen. Dat kwam goed uit.  Zo konden wij er voor een heel mooi prijsje in. Ik ben nu bezig met bejaarden. Ik wil gaan regelen dat die hier met elkaar koffie kunnen drinken en borduren of handwerken, wat ze maar willen. Op de ochtenden dat er geen wijkverpleegkundige is, is daar genoeg ruimte voor. Ik organiseer ook altijd een dagje weg voor de ouderen met bussen, via de gemeente.”

“Waar wij behoefte aan hebben? We zouden heel graag een website willen, want niet iedereen zit op facebook.  Een site waarop iedereen spullen kan vragen of aanbieden. En vragen aan elkaar en aan ons kan stellen. En ook willen we heel graag nog twee vrijwilligers. Dan kunnen we ook op de woensdag weer open en hebben we een beetje speling voor als iemand ziek is. ”

GROEPSWONEN VOOR KWETSBARE JONGEREN

Jacqueline Verhagen:
“Ik wil me inzetten voor deze vergeten LVB groep”

Samen met andere ouders een groepshuis in Den Haag oprichten voor jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB), dat is de droom van Jacqueline Verhagen. “Het gaat om jongeren tussen de 18 en 30 jaar die graag uit huis willen, maar het niet helemaal zelfstandig kunnen. Een huis waarin iedereen een privéplek heeft met eigen sanitair en een klein keukentje en met een gemeenschappelijke ruimte waar ze samen thee kunnen drinken, koken en naar hun favoriete serie kijken. Met begeleiding die ze helpt om het zelf te doen. Ik geloof dat de jongeren in zo’n veilige groep veel steun aan elkaar kunnen hebben en daardoor minder professionele zorg nodig hebben.”

“Mijn dochter Anouschka is nu 22 en gaat in september met nog 9 jongeren in een groepshuis wonen van Stichting TOV in Delft. Samen met de ouders hebben we eerst gekeken wat er nodig zou zijn aan begeleiding. We hebben in kaart gebracht wat de bewoners allemaal zelfstandig kunnen: praktische vaardigheden als opstaan, aankleden, de was doen en financiën, maar ook sociale vaardigheden als voor zichzelf opkomen en hulp vragen. We kwamen tot de conclusie dat er in de ochtend niet zo veel hulp nodig is, eigenlijk vooral structuur. Daarvoor komt één ondersteuner. De piek qua begeleiding zit in de tijd tussen 4 en 8, waarin iedereen terugkomt van dagbesteding of werk en het verhaal van de dag wil delen. Wanneer ze gaan koken en eten. Dan zijn er twee begeleiders die gespecialiseerd zijn in de sociale omgang en die de jongeren zo veel mogelijk zelf laten doen. Onze visie is dat we ontwikkelingsgericht werken, er wordt zo min mogelijk overgenomen. We investeren in hun vaardigheden en waar mogelijk kan de begeleiding afgebouwd worden. Er is een basisrooster voor de gezamenlijke ondersteuning. Per bewoner is het mogelijk om de hulp individueel op te plussen.”

“Ook al heeft mijn dochter nu een fijne plek, ik wil heel graag in Den Haag ook zo’n huis oprichten. Ik wil me inzetten voor deze vergeten doelgroep. Deze jongeren redden het vaak net niet zonder begeleiding, maar ze zijn te ‘goed’ voor gehandicaptenzorg. Zo zie je mensen die tot hun 30e thuis blijven wonen, bij gebrek aan een geschikte plek, of omdat het niet herkend wordt. Sommige ouders schrikken van de term LVB. Ze zeggen: ‘mijn kind is niet verstandelijk beperkt, zij kan alleen niet zo goed leren en met geld omgaan, en ze kan haar tijd niet indelen’. Het gaat om een kwetsbare groep, die niet weerbaar genoeg is en makkelijk tussen de wal en het schip valt. Niet voor niets zijn de vier thema’s van het jaarlijkse symposium over LVB steevast: LVB en hulpverlening, LVB en criminaliteit, LVB en verslaving en LVB en dakloosheid. Maar wat doen we met de ‘normale’ LVB-er? Waarom gaan we pas iets doen als het mis is gegaan? Voor preventie is adequate begeleiding van deze groep zeer belangrijk.”

“De gemeente zou kunnen helpen door meer ruimte voor groepswonen te creëren. Om dit mogelijk te maken voor deze doelgroep moet het sociale woningbouw zijn, met huren van maximaal €500.
WMO-consulenten zouden dit onderwerp tijdens keukentafelgesprekken bespreekbaar kunnen maken. Zij kunnen peilen of deze jongeren zelfstandig willen wonen en ze vragen wat ze daarvoor nodig zouden hebben. Ik ben graag bereid om met de consulenten in gesprek te gaan over het herkennen en bereiken van de LVB groep.”

Herken je het verhaal van Jacqueline en wil je je aansluiten?
Mail Jacqueline via jacquelineverhagen@gmail.com

Ongekend Haags: community voor & door Hagenaars met psychische bijzonderheden

Annebeth, redactielid van Ongekend Haags, vertelt:
“Wat ik zelf heel belangrijk vind aan Ongekend Haags is om te zorgen dat mensen weer hun huis uit gaan, dat ze dingen meemaken en aan activiteiten mee kunnen doen.”

Onze missie is: Hagenaars met een psychiatrische achtergrond met elkaar verbinden om vanuit gezamenlijke kracht op gelijkwaardige en eigen wijze mee te kunnen doen in de samenleving.

Wij creëren een sociaal netwerk op internet om elkaar te ontmoeten, informeren, steunen en inspireren. Als redactie willen wij laten zien laten zien wat ons en jullie bezig houdt. En hoe we op eigen wijze mee kunnen doen in Den Haag.

Hoe doe jij mee? Wat zou jij willen ondernemen? Wat wil jij aan de orde stellen of delen?
Dat willen wij heel graag van jou horen! Praat mee en laat weten wat jij mooi, spannend en belangrijk vindt!
Check regelmatig onze site of word lid van onze Facebookgroep!

www.ongekendhaags.nl

Ongekend Haags is onderdeel van het Haags SteunSysteem

 

 

Eetclub De Kronkel: Lekker eten met ‘n snufje entertainment

“Voor 5 euro kun je hier heerlijk eten”, vertelt kunstenares en gastvrouw Christine Laheij. “Onze eetclub wordt helemaal gerund door vrijwilligers. Elke maandag eten we hier met zo’n veertig mensen, inclusief onze acht vrijwilligers. Reclame hoeven we niet te maken. Soms moeten we zelfs een stop houden omdat we niet meer dan 50 mensen binnen kunnen hebben.”

“Heel vaak open ik de maaltijd met een beetje entertainment. Bijvoorbeeld met een Kronkel, een klein verhaaltje van Carmiggelt, waaraan we onze naam te danken hebben. Soms heb ik iemand ontmoet die ik dan vraag om iets voor te dragen of voor te lezen. Of een stukje op een accordeon te spelen. Achter de piano zit meestal wel iemand uit het gezelschap. Het zijn geen hele concerten hoor, gewoon laagdrempelig. Meestal voorafgaand aan het eten. Met Sinterklaas kreeg iedereen een lettertje om z’n nek met de opdracht om daarmee per tafel een zinnetje of gedichtje te maken. Daar kwamen echt gedichten uit voort, heel leuk. Tony, onze kokkin, zingt soms, als ze er zin in heeft. Het is altijd iets anders. Het hoeft niet altijd, maar ik vind het leuk. En de mensen zijn mij wel gewend: ‘Oja Christine doet weer iets’. Het is mijn meerwaarde als gastvrouw.”

“Vijf jaar geleden begonnen we met de eetclub. In die tijd gaf ik hier ook taal- en naailes. Ik ben kunstenares en van huis uit lerares handvaardigheid. Ik woon hier vlakbij en zat hier bijna dagelijks. De Kronkel is belangrijk voor ons en het is een prachtig gebouw. We waren bang dat de Kronkel door de gemeente gesloten zou worden. Om dat te voorkomen wilden we er extra leven in blazen. We startten de eetclub met vrienden en kennissen en een bevriende kok.”

“De Kronkel is nu van Xtra en er zijn enkele betaalde krachten, zoals de opbouwwerker en de beheerder. Maar het eten is helemaal voor en door buurtbewoners. Sinds de verbouwing hebben we een geweldige professionele keuken. We hebben daar met alle vrijwilligers een instructie voor gekregen, zodat iedereen weet hoe de apparatuur werkt.
Waar wij behoefte aan hebben? Het budget mag voor mij iets royaler, zodat ik een keer leuke placemats of een versiering aan zou kunnen schaffen. Qua eten komen we uit met de 5 euro per persoon, maar de extra’s doen we uit eigen middelen. Maar waar we echt blij van zouden worden is een onkostenvergoeding voor de vrijwilligers.”

 

 

Samen wonen in de Archipelbuurt – Plateaulift biedt nieuw perspectief

 22 jaar geleden kochten Babs en Karel, samen met nog vijf vrienden, een oud bejaardenhuis aan de Bankastraat. “Het idee was: ieder z’n eigen plek en toch samen”, vertelt Karel. “Het was een avontuur om het voor elkaar te krijgen, want de meesten van ons moesten ook meteen hun oude huis verkopen. Bijzonder genoeg lukte dat in heel korte tijd. We hebben vier grote panden verdeeld in acht appartementen, die we elk naar onze zin hebben verbouwd.”
Het huis van Babs en Karel is ruim, smaakvol ingericht en heeft een bijzondere indeling, met een grote vide die de eerste twee verdiepingen verbindt.
“Het hielp wel dat we een makelaar in onze club hebben, en het is ook handig dat ik architect ben. We hebben heel veel zelf geklust en zelf gemaakt. Babs is ons creatieve en sociale brein.”

Doen jullie veel samen?
Babs: “Ik heb zowel in mijn werk, maar ook privé altijd veel sociale dingen georganiseerd. Het hoort gewoon bij mij, ik vind het gezellig. Ik heb vele jaren in de organisatie van het wijkfeest gezeten. We hebben hier altijd aanloop. Over de hele breedte van de vier panden hebben we, in het achterste gedeelte, een gemeenschappelijke tuin die we samen onderhouden. Op het dak hebben we zonnepanelen. We eten regelmatig met elkaar en elk jaar vieren we oud en nieuw met z’n allen.”

Zorgen jullie ook voor elkaar?

Karel: “Er waren tijden dat iemand van ons ziek was en veel hulp nodig had. Iedereen staat altijd voor elkaar klaar. Het is een mooie schaalgrootte, niet te groot. We zijn vrienden, het is heel informeel. Toen een vriendin van een paar straten verderop weduwe werd, zeiden we: laten we een keer per week samen eten. Dat beviel goed, en al snel groeide dit uit tot een eetgroep die nog steeds bestaat. Iedereen kookt om de beurt bij hem of haar thuis en stelletjes tellen voor twee!”

Wonen hier nog steeds dezelfde mensen als in het begin?

Babs: “In de loop van de tijd is de samenstelling een beetje veranderd. Doordat de huizen zo veel duurder zijn geworden, komen er iets andere mensen. Ook zijn er jongere mensen bijgekomen, dus qua  leeftijd is er meer diversiteit. In het begin waren we een hechte vriendenclub en er is nog steeds veel cohesie. Maar toevallig zijn nu drie appartementen te koop, en dan is het toch afwachten hoe dat zal gaan met de nieuwe bewoners. We proberen toch te zoeken naar mensen die met dit concept willen wonen, want de sociale constructie is niet beschermd. Voorheen waren ook over de hele breedte alle balkons verbonden, dat is jammer genoeg niet meer zo.”

De lift in de hal van het benedenhuis
De lift komt uit in het bovenhuis

Waarom hebben jullie er een lift in geplaatst?

Karel: “Na 22 jaar bevinden wij ons in een nieuwe fase. Nu we iets ouder zijn, hebben we niet meer zo’n groot huis nodig. Een kleiner appartement terugkopen in de wijk is niet te doen, daar betaal je hetzelfde bedrag als je voor een groot huis krijgt. We gaan onze benedenwoning verruilen voor het bovenhuis. Daarvoor hebben we een lift laten maken. Ons huis was al gesplitst bij de aankoop, daardoor kunnen we nu het benedenhuis apart verkopen.”

Is zo’n lift een oplossing voor meer mensen in de wijk?

“Veel mensen die ouder worden in een groot huis, bewonen alleen nog maar de benedenverdieping. De rest staat leeg, dat is wel zonde. Met een lift kun je boven gaan wonen en de andere verdiepingen verkopen of verhuren. Je kunt een aparte opgang maken en je huis zo verbouwen dat je boven ook kunt koken. Je moet er wel rekening mee houden dat het nog een gedoe kan zijn met de gemeente om je huis te splitsen. Maar dan is het een vrij ideale oplossing.”

Samen eten in het Proeflokaal op het Mandelaplein

Donderdagmiddag is het in buurthuis Mandelapein een gezellige drukte. Een aantal mensen zijn tafels aan het dekken en gestaag stromen buurtbewoners binnen. Vanaf vijf uur kunnen alle mensen uit Transvaal hier aanschuiven voor een gezamenlijke maaltijd van het Proeflokaal.
Het Proeflokaal is een samenwerkingsverband tussen Theater de Vaillant, clubhuis de Mussen en buurthuis Mandelaplein. De maaltijden worden gekookt en geserveerd door leerlingen van praktijkscholen en vrijwilligers met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Henk Tramper

Henk Tramper, organisator en opleider in de horeca, zet zich in om lekkere, versgekookte en betaalbare maaltijden voor ouderen te verzorgen. ‘Wij gaan voor lekker eten, leuke mensen ontmoeten en snel hulp en advies. Dit mes snijdt aan alle kanten. De mensen kunnen gezond eten voor weinig en ze hebben een gezellige avond met buurtgenoten. En hoe meer mensen komen eten, hoe meer mensen we kunnen opleiden. Een aantal van onze vrijwilligers en leerlingen zijn al uitgestroomd naar betaald werk.’ Henk is ook initiatiefnemer van de Vitaliteitsdagen, waarmee hij gezonde lunches in combinatie met sport voor ouderen organiseert. Hier in Transvaal is het een grote uitdaging om de mensen uit hun huis te lokken. Maar stap voor stap komen we er wel.’

De maaltijden van het Proeflokaal op het Mandelaplein

– elke donderdag vanaf 17 uur
– kosten voor een dagvers 3-gangen menu: € 3,50
– graag even reserveren. Dit kan via telefoon (070 – 380 54 74), via de mail (proeflokaal@mandelaplein.nl) of kom even langs aan de balie

Het Straatconsulaat & De Achterban: een goed vangnet

Elly Burgering (Het Straatconsulaat):
‘Er moet een goed vangnet zijn voor de zwakkeren. Ik zou me rot schamen als we dat niet met elkaar kunnen!’

“Het Straatconsulaat behartigt samen met de vrijwilligers van De Achterban de belangen van Haagse dak- en thuislozen en verslaafden. Mensen sluiten zich bij ons aan en wij ondersteunen ze om voor hun eigen belangen op te komen. We hebben een vaste kern van zo’n 30 vrijwilligers. We spreken met elke vrijwilliger af hoeveel uur ze komen werken. Ieder werkt naar eigen vermogen en kwaliteiten. We hebben bijvoorbeeld een webmaster, een vormgever, een vrijwilliger die trainingen verzorgt en iemand die met mensen uit de nachtopvang gaat praten om signalen op te vangen van hoe het daar gaat. Alle vrijwilligers zijn zelf ook dak- of thuisloos. Sommigen zijn net uit de opvang. De praktijk leert dat het vaak nog heel wat voeten in de aarde tot iemand helemaal op z’n plek is. Dakloosheid doet echt wat met mensen.”

Signalen overbrengen
“We doen belangenbehartiging in formele overlegsituaties met cliëntenraden, maar we doen ook onderzoekjes die cliënten zelf uitvoeren in samenwerking met het Verwey-Jonker Instituut. Soms initiëren we zelf projecten naar aanleiding van een conclusie van een onderzoek. Zo bleek bijvoorbeeld dat mensen in de dagbesteding geen  perspectief ervoeren. Dan gaan wij daar iets aan doen. Zo startten we een educatieproject om mensen zonder startkwalificatie weer naar onderwijs te leiden. Daarbij adresseren we alle hobbels en proberen die weg te werken. Zo proberen we steeds op basis van wat er speelt signalen over te brengen en plannetjes uit te voeren. En informatie te bieden. En natuurlijk ondersteunen we dak- en thuislozen bij het zoeken van zorg. Dat is alles bij elkaar best veel werk. Joy en ik doen samen met onze vrijwilligers alle belangenbehartiging. Joy is voor de jongeren en ik voor de volwassenen.”

Verslaafd, jong, oud, alles door elkaar
“In de maatschappelijke opvang zitten allerlei mensen die eigenlijk niet bij elkaar horen. Die moeten dan allemaal bij elkaar in zo’n fabriekshal in een stapelbedje liggen. Verslaafd,  jong, oud, vrouw, alles door elkaar… Er zitten ook veel mensen met een psychische of verstandelijke beperking die eigenlijk gespecialiseerde zorg nodig hebben. Door de beddenreductie in de GGZ zal dat nog erger gaan worden. Er zijn criteria waar je aan moet voldoen. Zo hebben illegalen geen recht op nachtopvang. Die sturen we door naar vluchtelingenopvang  of de IND.”

We hebben het stadhuis in beweging gekregen!
“We worden door de gemeente gefinancierd, maar we zijn onafhankelijk. Vanuit onze positie als luis in de pels wordt om onze mening gevraagd. En we geven ook ongevraagd advies. Wat we bijvoorbeeld doen is het organiseren van overleg tussen cliëntenraden van de Maatschappelijke Opvang instellingen in Den Haag. Dat zijn er meer dan tien. We vragen: wat leeft er en wat zit jullie dwars? Daar komt een agenda uit met de vijf speerpunten die op dat moment prioriteit hebben.
We kijken per onderwerp wie van de vrijwilligers daar het meeste verstand van heeft en wie de diverse punten kan voorbereiden. In een volgend overleg nodigen we gemeenteraadsleden uit. Dan  presenteren we de punten en discussiëren we daarover. Dat is al vier keer gebeurd. De vrijwilligers vinden het fantastisch om hun woord te doen en gehoord te worden. Geweldig om te zien hoe ze groeien. En inmiddels willen de ambtenaren zelf met de leden van de cliëntenraden in gesprek. Wij hebben dat overleg geïnitieerd en zijn er trots op dat we daarmee het stadhuis in beweging hebben  gekregen!”

De realiteit is totaal anders
“In onze lijst met speerpunten staat bejegening en beeldvorming bovenaan. Mensen denken vaak dat daklozen het allemaal aan zichzelf hebben te wijten en dat ze allemaal een uitkering hebben. De realiteit is totaal anders. Mensen zijn vaak echt helemaal in paniek. Ze moeten uren wachten, worden met veel argwaan behandeld en afgewimpeld als ze niet alle papieren op orde hebben. Te vaak worden deze mensen al s fraudeur en crimineel behandeld. Terwijl ze zorg nodig hebben. De overheid roept: niemand slaapt op straat, maar dat is niet zo. Er zijn veel groepen die niet binnen kunnen bij de opvang.“

Zorg dat mensen weer verder kunnen
“Op nummer 2 staat woningen. Die zijn heel hard nodig. Het is heel erg moeilijk om als (ex-) dakloze aan een woning te komen. En vervolgens komen praktische ondersteuning en schuldhulpverlening. Het is belangrijk om te zorgen dat mensen weer verder kunnen met hun leven. In Amerika is de schuldenaar schuldig, maar de kredietverstrekker ook. Daar redeneren ze:  dan moet je zo’n kwetsbaar iemand maar geen geld verstrekken. Maar in het calvinistische Nederland moet iemand tot in lengte van dagen afbetalen. Terwijl er een  hele incasso-industrie is ontstaan rond die schulden, die soms wel tien keer over de kop gaan, dat is vreselijk.
Ik vind dat we goed moeten laten zien wat er gebeurt in dit land, want de meeste mensen hebben geen idee. We moeten zorgen voor een goed vangnet voor de zwakkeren in de samenleving, de mensen die het verstandelijk niet bij kunnen benen, mensen die hun baan en huis zijn kwijt geraakt. Ik vind dat we daar netjes mee om moeten gaan. Ik zou me rot schamen als we dat niet met elkaar kunnen!”

 

 

De koffieclub van de Croissant: “We helpen elkaar”

Myong Rontberg (2e van rechts) en de vrijwilligers van de koffieclub

Woensdagmorgen in de recreatieruimte van wooncentrum De Croissant, gelegen aan het Groenewegje en het Zieken. Een levendige huiskamer waar zo’n 15 ouderen rond een tafel geanimeerd met elkaar praten. We worden ontvangen door Myong Rontberg (73), die samen met haar man (76) koffie schenkt. “Wij wonen hier sinds vier jaar en begonnen met één koffieochtend. Inmiddels houden we vier koffieochtenden per week, van 10 tot 12 uur.”

“Er wonen hier 225 bewoners, waarvan een groot deel alleenstaand. Dit zijn 55+ woningen, maar een derde van de mensen is de 75 (ruim) gepasseerd. Er is ook eenzaamheid. De koffieclub is belangrijk voor de bewoners. Als iemand een probleem heeft helpen we elkaar. We zijn allemaal vrijwilligers. Iedereen is op leeftijd, en met de leeftijd komen ook gebreken. Eén van onze vrijwilligers heeft parkinson, een andere vrijwilliger is dementerend. Voor hen is het belangrijk om actief in de club te kunnen blijven. Het is ontzettend leuk om te doen, alleen het kost veel tijd om alles in goede banen te leiden. We hebben gelukkig ook een jonge vrijwilligster van 56, die met veel plezier meewerkt. Maar het is lastig om nieuwe vrijwilligers te krijgen.”

Wooncentrum de Croissant

“Er is wel animo onder de bewoners. Zo woont hier een zangeres die wel zangles wil geven. Een andere dame (86) heeft als hobby om restaurants te testen. Ze hangt een briefje in de lift: Wie gaat er mee Iraans eten? Dat zijn hele leuke dingen. Er is hier in principe zo veel mogelijk. Het pand heeft twee gemeenschappelijke recreatieruimtes, een ruimte om te sporten een biljartruimte en een bibliotheek. Maar om alles van de grond te krijgen zijn wel vrijwilligers nodig. En het moet gecoördineerd worden.“

“Onlangs diende zich een nieuwe vrijwilliger aan, maar die was het niet eens met de regels van de bewonerscommissie. Een regel is dat al het geld terugvloeit naar de bewonersclub. Een ander punt waarop meningen verschillen is het al dan niet toelaten van mensen van buiten. Zo was er eens iemand die een grote bingo organiseerde, ook voor mensen van buiten. Dat viel niet goed. Voor sommige mensen is dat een bedreiging. Het heeft tot conflicten geleid.  Wij verwelkomen wel familieleden en vrienden. Maar mensen van buiten is toch iets anders. Voor onze koffieclub is het belangrijk dat de er een veilige sfeer is. Maar andere groepen, bijvoorbeeld jongere bewoners, hebben natuurlijk weer andere behoeften. We hebben onlangs in de bewonerscommissie besloten dat er daarom zelfstandige werkgroepen moeten komen.”

“De bewonerscommissie is helaas niet echt een afspiegeling van de bewoners. Onze voorzitter is van goede wil, maar niet toegerust om de conflicten te overbruggen en de zaak te sturen. Hij wil wel plaats maken voor iemand die de verschillende groepen bewoners kan verbinden en de activiteiten in goede banen kan leiden. Het zou fantastisch zijn als de bewonerscommissie ondersteuning zou krijgen hierbij. En als er meer vrijwilligers kwamen.”

 

‘Als je een verslaving hebt overwonnen kan je echt heel veel!’

Willem Govers van Brasserie UP
Willem Govers, eigenaar van Brasserie UP

Brasserie UP aan de Javastraat is naast een brasserie ook een leerwerkbedrijf waar veertien ex-verslaafden werken en studeren. “Na één jaar hebben ze een MBO 2 diploma horeca, zijn onze leerlingen uit de uitkering en kunnen ze aan het werk”, aldus oprichter Willem Govers. “Als de mensen binnen komen is het eerste doel om te zorgen dat ze clean blijven. Vaak moeten er ook andere zaken geregeld worden, zoals hun gebit, of schulden. Daar helpen we bij. Om mensen dat eerste jaar binnenboord te houden is zeer intensieve begeleiding nodig. Uit onderzoek blijkt dat 50-70 procent van de verslaafden terugvalt als ze niks te doen hebben. Mijn motivatie is dat ik ervaringsdeskundig ben. Heel veel van de ellende die de mensen die hier werken meemaken heb ik zelf ook ervaren. Ik begrijp heel goed wat ze meemaken en welke problemen ze tegenkomen.”

Niemand verwacht nog wat van onze doelgroep
“De mensen die hier binnenkomen moeten clean zijn, dat is punt 1. Heel belangrijk, want iemand die nog in z’n verslaving zit, dat werkt niet voor de groep.  Daarnaast moeten ze voor 300% gemotiveerd zijn. Het is een commitment van een jaar dat ze aangaan. Dat moeten ze afmaken. Ze krijgen de kans om een jaar lang te leren van hun ervaringen en fouten. Er was een meisje dat de eerste maanden de hele dag zat te huilen in een hoek. En na een maand of vijf kon ze de hele lunchroom in haar eentje bestieren. Een topper. Je ziet de mensen groeien, dat is heel gaaf. Dat is waarvoor ik het doe. Onze doelgroep komt uit het granieten bestand. Niemand verwacht nog wat van ze. Hier vinden ze iets terug: een doel in het leven, eigenwaarde, structuur.”

We halen tien mensen per jaar uit de uitkering
“Ik ben nu 1,5 jaar bezig. Het is een grote uitdaging om rendabel te worden. Ik leg er nu elke maand zelf geld bij. Het zou heel erg zijn als we moeten stoppen wegens geldgebrek. Ik wil dat de gemeente zijn verantwoordelijkheid neemt voor deze doelgroep. De opleiding kost € 2000 per persoon voor een heel jaar, inclusief kleding en de begeleiding € 600,- per maand. De leerlingen worden minimaal twee maal in de week begeleid door een gediplomeerd coach, deze coaching gebeurt met behulp van een paard. Als er één terug de kliniek in gaat voor drie maanden, kost het de gemeenschap drie ton. Ik haal gemiddeld tien mensen per jaar uit de uitkering. Dat levert de gemeente iets van € 150.000,- per jaar op. Maar het lukt nog niet om structurele ondersteuning van de gemeente Den Haag te krijgen. We passen in geen enkel vakje. Via maatwerktrajecten krijgen we geen steun, want die zien ons als opleiding. Onze intensieve begeleiding past niet in de definitie. Ik kreeg pas een telefoontje dat het niet doorging, ik kreeg niet eens een officiële afwijzing op papier. Het kost veel tijd allemaal, die zaken eromheen. Ik doe bijna alles zelf: lessen voorbereiden, begeleiding in keuken en bediening, rekeningen betalen. Mijn vrouw werkt ook mee.
De gemeente Zoetermeer is ook geïnteresseerd. Daar willen ze me ondersteunen uit het Participatie budget. Daar werken de zaken anders. De klantmanagers daar kennen de kandidaten allemaal persoonlijk en bij naam. Hier in Den Haag doen ze het op een andere manier.”

Ik wil dat de betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen
“We willen ook graag iets terug doen voor de maatschappij. Binnenkort serveren we in samenwerking met Stichting Present en Accor hotels twee gratis kerstmenu’s voor statushouders en eenzame ouderen uit de buurt. Ik geloof hierin. We willen Nederland veroveren en in vijf jaar vijf Ups neerzetten: Zoetermeer, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam.
Ik wil dat de betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Dat gebeurt nog niet veel. Er wordt gedacht: ‘toch niks meer aan te doen, laat maar zitten’. Ik heb bewezen dat de mensen heel veel kunnen. En als je een verslaving hebt overwonnen, kan je echt heel veel!”